STABILITEIT



Gegeven het feit dat zeewater 850 keer zwaarder is dan lucht is de stabiliteit gebaseerd op statische en dynamische ballast. Behalve de vorm en breedte van de romp, en de stouwmogelijkheid van +/- 1000 kg (accu's, diesel tank, motoren, ets) onder de waterlijn, wordt de primaire stabiliteit verkregen door twee 350 liter waterballasttanks in de kielen. Als het jacht 14 tot 15º overhelt, zal de 350 kg zwaar loefkiel boven de waterspiegel verrijzen. Zonodig wordt dan water, met een capaciteit van 2 x 100 liter per minuut, vanuit de lijkiel naar de loeftank( stijve kern van RIB drijver) gepompt wat bijdraagt aan een stabilisering van de romp en tegenwicht biedt aan de helling. De vier lange “watertanks,”als structureel deel met eigen spanten, maken de romp steviger. Door gebruik van deze hevel, het transport van waterballast, wordt de stabiliteit nagenoeg verdubbeld. Daarmee kan HREKO een vergelijking aan met een jacht wat is voorzien van een 160 cm kantelkiel en een contragewicht van 1300 kg. Onder een helling van 35° is dit effect het meest uitgesproken en doorstaat Hreko de vergelijking met een kantelkieljacht van 150 cm met 2200 kg ballast. De totale waterverplaatsing is berekend op minder dan 3000 kg bij een diepgang slechts 40 cm. Een niet onverdeeld genoegen. In geval van een onverwachte gijp, waarbij water plots ongewenst in de verkeerde drijver verkeert, blijft de drijver opwaartse druk( 700 L op 1 m arm) houden dankzij het aan de buitenzijde verwerkte polyethyleen schuimprofiel. In het onwaarschijnlijke geval dat het schip kentert (bij een helling van meer dan 115º) wordt de negatieve stabiliteit verijdelt door een airbag in de top van de mast (25-50 liter). Het jacht zal dan onder een hoek van 100° blijven drijven met de mogelijkheid zichzelf weer op te richten.  Met waterverplaatsing van onderste naar bovenste tanks, verandert het moment van inertie. Dit kan ook worden aangewend om een van opzij inwerkende golfamplitude te neutraliseren.